Ooit aten we dieren: onze omgeving

Wat de gevolgen zijn van ons massale eten van dieren, is met de corona crisis duidelijker dan ooit geworden. Waarschijnlijk ben jij ook opgevoed met het idee dat het eten van vlees en zuivel normaal is en erbij hoort. In deel 1 van dit dossier pakt FIT-MAN zijn digitale schuurmachientje en onderzoekt of dit klopt en hoe we verder kunnen vanaf hier.

Strategische onwetendheid

“Digitale schuurmachientje?” denk je nu vast. Ik kan het niet beter omschrijven dan op deze wijze, want schrijven en denken over dit thema schuurt. Het betekent namelijk dat je kritisch naar je eigen eet- en drinkgedrag moet kijken en welke impact dit heeft op het leven van dieren, het milieu en je eigen gezondheid. We behandelen dieren voor onder andere onze voeding, kleding en cosmetica namelijk nogal…onmenselijk. En tegelijk juist ook heel menselijk. Volg je me nog?

Juist door onze mentale vermogens kunnen we distantie creëren van gruwelijke zaken. De uitspraak: “Je moet het niet allemaal willen weten” is een veel gehoorde, wanneer je dit soort zaken aansnijdt. Omdat het erg oncomfortabel is en iedereen cognitieve dissonantie wil vermijden. We zijn allemaal fatsoenlijke mensen en willen niet het gevoel hebben dingen te doen die echt niet deugen. Je kunt dit gedrag psychologisch verklaren als strategische onwetendheid: het vermogen om te weten dat je net genoeg weet om niet meer te willen weten. We vertellen onszelf constant van dit soort verhalen.

Nou ik geloof dat meteen, de meeste mensen deugen namelijk. Zelfs zodanig dat een hele Haagse woonwijk recent in rep en roer was om een dode zwaan. Ik ben toch benieuwd hoeveel van deze mensen dagelijks een varkenslapje of bal gehakt op hun bord zien liggen. En toen omwoners van het Tostifabriek experiment aan het woord kwamen, zag ik een vrouw beweren dat we het de kinderen uit de buurt niet aan konden doen dat ze te weten kwamen dat het varkentje voor hun tosti gedood zou worden…

Ernst de Koe, Bobbie het varken en de rest

We hebben het doden van dieren en het nuttigen van hun zuivel en eieren inmiddels zo goed en massaal georganiseerd, dat we het een industrie noemen. Peter Pannekoek zei in zijn laatste show dat we op de bio-industrie in de toekomst waarschijnlijk net zo terug kijken als op de holocaust. En hoewel dit een enigszins controversiële uitspraak is, zijn er zeker parallellen te trekken naar deze mondiale massamoord, waar een kleine groep dader is en een grote groep mensen medestander, die ondanks allerlei signalen toch geen verandering eisen.
De kans is zelfs, als we niks veranderen, dat er geen alternatief meer zal zijn voor de bio-industrie, omdat de beweging naar steeds grotere (en dus efficiëntere) megastallen al is ingezet. En dit juist ook veel in Nederland. Een enkele “vrije” koe, kip of varken is dan hooguit in een kinderboerderij nog te zien.

In hoeverre vinden wij dieren ondergeschikt aan de mens en dienen zij zich te schikken naar onze wil? In hoeverre denken we nog dat dieren geen gevoelens kennen als angst, pijn of liefde? Allerlei onderzoeken vertellen ons namelijk allang het tegenovergestelde. En in hoeverre willen wij in Nederland met z’n allen de prijs betalen voor de gevolgen? Letterlijk in de vorm van belasting om deze industrie te sponsoren, figuurlijk voor de verontreiniging en verarming die het veroorzaakt van onze leefomgeving. De stikstof die ontstaat door het massaal houden van dieren is bijvangst van de vlees en zuivel die we exporteren. Pure handel dus. De boeren voeren koeien krachtvoer voor een optimale productie en beweren dat ze niet zonder kunnen voor hun gezondheid. Dat was nieuw voor me; vroeger graasden koeien gewoon in de wei en stonden ze prima rechtop met dit dieet.

Dat schuren dus. Dat doet en deed het bij mij ook. In het boek Ooit aten we dieren deelt Roanne van Voorst wat getallen over de dieren industrie. Die getallen zijn zo abstract dat je het bijna niet kan bevatten. Schattingen gaan uit van 150 miljoen gedode dieren wereldwijd, per dag. En dat is puur voor voeding. Daar komen nog alle labaratoria-dieren, dieren voor bont, sport, dierentuinen en “rest-dieren” bij (bijvoorbeeld haantjes en stiertjes die meteen gedood worden omdat ze geen functie hebben). Tijdens het lezen merkte ik dat ik het boek oppakte en soms weer weglegde, omdat het zo confronterend was. Het trof me ook om na te denken dat een dier helemaal niet dood wil, net zoals jij en ik dit niet willen. Het zette me op het spoor mijn dierlijke inname nog eens extra op de hand te nemen en: aan te passen.

“Ik aaide elke zwijntje of nep-schaap dat ik tegenkwam (die bestaan ja, het verhaal daarover is een FIT-MAN familie klassieker). En nog steeds aai ik elke kat die ik tegenkom op straat.”

Ik heb ook geen idee waarom dit lammetje een shirt aanheeft. Een shirt van wol?

Lekker schoolmelkje

Net als jij ben ik ook opgevoed met het eten van dierlijke producten. Vlees was erg normaal en aten we zo’n beetje elke dag. Melk, kaas en vis wat minder maar yoghurt en vla waren wel weer altijd voorhanden en een logische vervolg van de warme maaltijd. Ook een ei hoorde er regelmatig bij. Het vlees was dan wel van de scharrelslager, want die dieren hadden “een beter leven gehad.” Het ging bij ons niet zozeer over de voedingsstoffen die in dit voedsel zouden zitten, het was gewoon onze manier van eten en volstrekt normaal en logisch. Anderen dronken ook melk, want dit was de witte motor en goed voor de botten. Herkenbaar?

Wat natuurlijk geinig is: ik ben een enorme dierenvriend. Van jongs af aan al. Ik aaide elke zwijntje of nep-schaap dat ik tegenkwam (die bestaan ja, het verhaal daarover is een FIT-MAN familie klassieker). Nog steeds aai ik elke kat die ik tegenkom op straat. Toch koppelde ik heel lang de liefde voor dieren los van het eten van dieren. Herkenbaar? Dat is dus dat menselijke aspect: we kunnen dit blijkbaar heel goed scheiden. Het leed en doden van dieren is ook totaal onzichtbaar geworden voor de gemiddelde mens. Daarvoor huren we goedkope krachten uit Oost Europa in, die voor ons het risico lopen op allerlei infectieziektes (corona tiert welig in slachterijen en fokkerijen). We vinden het overigens niet kunnen dat ze in Azië lieve honden opeten. Of vleermuizen en schubdieren. Varkens eten is wel prima, terwijl die minstens net zo intelligent, sociaal en aanhankelijk zijn.

It’s the food!

Een toekomst waarin we nauwelijks dierlijk zullen eten is onvermijdelijk. De vraag is dus niet of maar wanneer. Natuurlijk zal dit met weerstand gaan, zoals met alle veranderingen. De mensen dachten ter tijd ook echt dat de maatschappij zou instorten toen slavernij werd afgeschaft. En denk eens aan roken op kantoor, in het vliegtuig en in de trein. Dit was niet lang geleden ook nog heel normaal. Ik doe dat zelf tegenwoordig alleen nog tijdens mijn workouts.

Wanneer we stoppen met het op grote schaal fokken en eten van dieren heeft dit meer voordelen dan het voorkomen van dierenleed: het heeft bijvoorbeeld een mega grote impact op het milieu, veel meer dan transport verbeteringen bijvoorbeeld. 80% van alle landbouwgrond ter wereld wordt nu voor veeteelt gebruikt (70% voor grazen, 10% voor voedsel bestemd voor die dieren). Willen we de groeiende wereldbevolking goed voeden dienen we onze grond anders te gaan gebruiken dan op de huidige (inefficiënte) manier.

Met afschaling wordt bodemvervuiling, stikstof uitstoot en het kappen van (oer)bossen voorkomen en wordt biodiversiteit bevorderd. Ook kunnen we enorm veel water besparen. Wetenschappers stellen wel dat in het beste systeem consumptie van dieren nog steeds een rol zal spelen, vooral omdat niet alle landbouwgrond geschikt is voor het verbouwen van voedsel voor mensen. Daarnaast eten dieren (varkens bijvoorbeeld) ook prima restproducten van voedselproductie. Hiermee sluit je de cirkel.

De mens gaat op de huidige manier ten onder aan zijn eigen succes. We staan als soort niet bovenaan de voedselketen maar er midden in. De aarde kan prima zonder ons bestaan: willen wij er echter nog op leven, zullen we wat moeten doen. Covid-19 is natuurlijk een mondiaal gevoeld dingetje, maar eerder hadden we ook al vogel-, varkensgriep en fipronil-eieren. Aan alle kanten geeft het door ons gebouwde systeem ons signalen dat we niet goed bezig zijn. De natuur veroordeelt niet, maar werkt wel met natuurlijke consequenties.

We staan op een punt in de geschiedenis dat we harde beslissingen moeten nemen om het vervuilen en opwarmen van de aarde verder te voorkomen. Nu al betalen (vooral arme) landen de prijs voor ons huidige gedrag, bijvoorbeeld doordat waterspiegels stijgen en meer overstromingen het gevolg zijn. De opwarming van de zee zorgt voor het smelten van de poolkappen en bedreigt bijvoorbeeld het Great Barrier Reef bij Australië. Sinds 1970 is de populatiegrootte vissen, vogels, zoogdieren, amfibieën en reptielen met 68% afgenomen. Als we zo doorgaan leven er straks vooral gefokte dieren op aarde.

Verandering van onderaf

Moeten we als consument op de overheid wachten voor verandering? Natuurlijk speelt deze een rol, maar gezien we een liberale regering hebben en er allerlei belangen op de achtergrond spelen, hoeven we hier niet al te snel wat van te verwachten. Voor de dierenhoudende sector speelt wel het een en ander: een goede crisis kan zaken versnellen, zie de vervroegde sluiting van nertsenfokkerijen in Nederland. Gezien we onze eigen gronden mede vervuilen voor de export van dierlijke producten (zo gaat driekwart van onze varkensproductie naar het buitenland), moeten we de veestapel wel gaan verkleinen. Het is van belang dat er een helder en eenduidig beleid komt hoe de toekomst eruit ziet voor de verhoudende sector, want wankelend beleid (waar we in de corona tijd ook een fraai staaltje van zien) is voor bedrijven natuurlijk funest. 

Het zou erg helpen als de daadwerkelijke prijs in de toekomst betaald gaat worden voor dierlijke producten. Nu zijn deze stevig gesubsidieerd. Consumenten zijn daardoor verwend met een lage prijs. Voor boeren is grote schaal vaak alleen rendabel, door de lage kilo- of liter prijs. Veel boeren verdienen weinig, zeker afgezet tegen het aantal uren arbeid. Er zijn veel boeren die mede hierdoor willen stoppen met het houden van dieren, en hier moeten dan ook goede regelingen voor zijn of komen.

We hebben overigens behoorlijk goede papieren voor een plantaardige transitie want Nederland is koploper in het efficiënt verbouwen van gewassen. We zijn nummer twee (!) voedsel exporteur ter wereld (inclusief dierlijke producten), terwijl we 133e op de lijst qua landoppervlakte staan. We zijn echte handelaren: zo’n 70% van ons eten exporteren we. Overigens eten we maar 5% biologisch, maar dat is een andere discussie. We zijn ook erg innovatief. Denk aan bedrijven als de Vegetarische Slager, de Dutch Weed Burger of Karma Kebab. Die mogen van de EU ook gewoon producten blijven verkopen met namen als worst, steak of burger. Het voorstel (vanuit een landbouw lobby) voor een verbod op zulke namen voor plantaardige producten is recent met een ruime meerderheid weggestemd. Heel fijn, want dit maakt alternatief kiezen makkelijker.

De overheid ziet gelukkig ook inmiddels wat meer noodzaak voor verandering. Door Covid 19, milieu uitdagingen en de uit de pan rijzende zorgkosten komt er steeds meer aandacht voor leefstijl. Het Voedingscentrum adviseert al wat meer plantaardig en er is meer aandacht voor “doenvermogen”. Het denkvermogen wordt beïnvloed door cognitieve vaardigheden en intelligentie. Het doenvermogen hangt af van de persoonskenmerken temperament, zelfcontrole en overtuiging van eigen kunnen (doenvermogen staat dus voor een groot deel los van intelligentie). In een liberaal wereldbeeld wordt vooral veel aan denkvermogen gehecht, de mens is echter geen lopend hoofd. Heb je werk- of geldstress, gebruik je medicijnen of heb je gewoon honger aan het einde van de dag, dan helpt het niet als je overal goedkope vulling kunt kopen.

“Vegetariër zijn, laat staan veganist zijn, dat was echt wel voor gekkies tot 10 jaar geleden. Iets voor dunne, bleke mensen die naar dure reform winkels gingen op sandalen met geitenwollen sokken en een ietwat muffige lucht om zich heen.”

Plantaardig influencen

Vegetariër zijn, laat staan veganist zijn, dat was echt wel voor gekkies tot 10 jaar geleden. Iets voor dunne, bleke mensen die naar dure reform winkels gingen op sandalen met geitenwollen sokken daarin en een ietwat muffige lucht om zich heen. Daar wilde je niet echt bij horen. Vegetarisch eten stond ook niet echt in de belangstelling. Niet in de supermarkt, niet in restaurants, niet in kookboeken. Je moest kortom aardig je best doen en heel bewust leven om dierlijke producten te laten staan.

Het interessante is dat er op velerlei vlakken al verandering gaande is. Sociale media en platformen als Netflix spelen daar een grote rol in. Systemen van binnen veranderen is vaak erg lastig, maar ernaast bouwen aan een alternatief zorgt voor invloed van langszij. Typ voor de grap maar eens vegan in op Insta: je ziet meer dan 100 miljoen berichten met deze tag, tegenover 11 miljoen berichten over vlees (meat). En niet zo gek ook: kleurrijke bowls en salades zijn nu eenmaal een stuk fotogenieker dan lappen bruinrood vlees. Instagram heeft zo een positief effect op de schermjunkies die we zijn.

Op deze platformen zijn nieuwe influencers opgestaan. Topatleten met een plantaardige voedingspatroon zijn bijvoorbeeld geen uitzondering meer. Binnen CrossFit in Nederland zijn Jeremy Reijnders en Nienke van Overveld bijvoorbeeld prachtige voorbeelden van atleten die topprestaties neerzetten zonder dierlijke voeding. Echte voorbeelden wat mij betreft. Ook de Netflix docu The Game Changers geeft vegan atleten een podium. Hoewel ik de docu vond tegenvallen (lees mijn recensie hier), vooral door de nogal overdreven vertelwijze, heeft deze zeker impact gehad en hoorde ik van veel mensen dat zij een nieuwe kijk hadden gekregen op plantaardig eten. Plantaardig eten is sexy: deze levenswijze is definitief uit de stoffige hoek gehaald. Check ook bijvoorbeeld het account van Wicked Healthy op Instagram.

Ook supermarkten en restaurants (zelfs de fastfood vrienden uit de VS) stappen in op de trend dat mensen meer plantaardig willen eten. Oud Hollandsch warenhuis HEMA heeft recent ontdekt dat rookworst zonder r ook worst is en verkoopt nu een plantaardige rookworst. Hoewel de ingrediëntenlijst ellenlang is, schijnt ie wel goed te smaken. Ik ontdekte zelfs recent een vegan döner shop bij me in de buurt.

Wordt de afwijking weer de norm?

Dierlijk voedsel heeft altijd een rol gehad in ons bestaan, maar niet in de mate en vorm waarin dat het nu heeft. We konden in de oertijd soms wat vangen in de jacht en de zee bracht ons voedsel. Toen we gewassen konden verbouwen en dieren zijn gaan houden, veranderde onze consumptie. De verschuiving werd gemaakt van wild naar tam en we gingen ook de melk van onder andere koeien en geiten drinken. Er is geen dier op aarde die dat doet. In deel 2 ga ik dieper in waarom dit niet optimaal is. Spoelen we door naar deze tijd, zie je dat onze consumptie van dierlijk voedsel steeds meer steeg afgelopen decennia. Was vlees in onze grootouders hun jonge jaren nog een luxegoed, wat je af en toe at in een kleine hoeveelheid, is het voor veel mensen nu een van de pijlers van hun dieet. In de opkomende landen zie je dezelfde beweging en verschuift consumptie naar dierlijk.

In Nederland is het aantal mensen dat vegetarisch eet de afgelopen twee jaar met 50% gegroeid. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van de Vegetariërsbond. Het percentage mensen dat elke dag vegetarisch eet is gestegen tot 3.9 %, dit is inclusief veganisten. Er zijn nu ook actuele, betrouwbare cijfers over het aantal veganisten. Het aantal mensen dat iedere dag veganistisch eet is vastgesteld op 1,5%. Bij een bevolkingsgrootte van 17,4 miljoen zijn dat 261.000 mensen. Het zijn nog bescheiden aantallen maar er is wel verandering te zien.

Er zijn gelukkig steeds meer alternatieven en waarschijnlijk is dierlijk eten in de toekomst juist het alternatief. Veel van onze keuzen hangen mede af hoe voedsel wordt aangeboden. Nu denkt iemand die niet vega eet dat vega gerechten niet voor hem/haar zijn bedoeld, omdat ze vaak apart zijn benoemd onder de vega keuzen. Ons gedrag is verre van rationeel en daardoor ook te sturen (via nudging). De overheid en het bedrijfsleven kunnen hierin een grote rol spelen. Op ons gedrag ga ik in deel 2 van het dossier in, én hoe jij zelf alvast kunt beginnen.

Geef prioriteit aan de dingen die goed voor jou zijn. Niet de omstandigheden bepalen dit namelijk maar je eigen sturing hier aan. Ik ben benieuwd hoe jij kijkt naar dit onderwerp en hoe jij dit doet. Laat met me vooral weten!

Meer lezen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *